Hematologische aandoeningen en behandeling
Innovatieve therapieën kunnen de prognose en levenskwaliteit van patiënten met ITP verbeteren. Er zijn verschillende behandelopties beschikbaar voor ITP. Volgens de nationale en internationale richtlijnen wordt een gepersonaliseerde benadering aanbevolen, waarbij de behandeling wordt afgestemd op de individuele kenmerken en wensen van de patiënt en de specifieke kenmerken van de ziekte.
Kenmerken ITP
ITP kan leiden tot symptomen zoals verhoogde bloedingsneiging (bijv. epistaxis, hematomen, petechiën). Daarnaast kunnen patiënten ook klachten van vermoeidheid ervaren. Wanneer het aantal bloedplaatjes in het bloed daalt tot minder dan 100 x 10^9 per liter, kan er sprake zijn van ITP.
Primaire ITP is een diagnose, die gesteld wordt door uitsluiting van andere oorzaken, die zich kenmerkt door een verworven geïsoleerde trombocytopenie zonder een duidelijke onderliggende ziekte of oorzaak voor de trombocytopenie.
Behandelmogelijkheden immuun trombocytopenie (ITP)

AmgenPro is uitsluitend bedoeld voor professionele zorgverleners in Nederland
Log in met een AmgenPro account voor toegang tot content. Of maak een account* aan met BIG-nummer en ontdek alle voordelen.
*Een AmgenPro account is uitsluitend aan te maken door een beroepsbeoefenaar (een zorgprofessional met voorschrijf- of terhandstellingsbevoegdheid).
Er zijn verschillende behandelopties beschikbaar voor ITP, zoals: corticosteroïden, immunoglobulinen, rituximab, fostamatinib en trombopoëtine receptoragonisten (TPO-RA’s) zoals: romiplostim, eltrombopag en avatrombopag.1
Nplate® (romiplostim)
Nplate® kan bij volwassen ITP patiënten gegeven worden, direct na falen op corticosteroïden.4,5
Nplate® kan bij pediatrische ITP patiënten gegeven worden in de chronische fase na falen op eerdere therapie.4,6
Nplate® kan bij pediatrische ITP patiënten gegeven worden in de chronische fase na falen op eerdere therapie.4,6
Voor een overzicht van bijwerkingen bij Nplate® (romiplostim) is de SmPC te raadplegen via www.ema.europa.eu4
Keuze in toediening van Nplate® (romiplostim)
Zelftoediening
Een volwassen ITP-patiënt met een stabiel trombocytenaantal, kan in aanmerking komen voor zelftoediening.4,# Een getrainde volwassen ITP-patiënt kan Nplate® veilig bereiden en injecteren op een moment dat het hem of haar goed uitkomt.4,7,8
Zelftoediening heeft geen invloed op de effectiviteit van Nplate® en kan bovendien zorgen voor een tijdsbesparing bij arts en patiënt.7,8
Voor patiënten die in aanmerking komen voor zelftoediening is een instructievideo toediening Nplate® ontwikkeld.
Zelftoediening heeft geen invloed op de effectiviteit van Nplate® en kan bovendien zorgen voor een tijdsbesparing bij arts en patiënt.7,8
Voor patiënten die in aanmerking komen voor zelftoediening is een instructievideo toediening Nplate® ontwikkeld.
Bekijk hieronder de video
-
Omschrijving
-
Transcriptie
Instructie video over het (zelf) voorbereiden en toedienen van Nplate® romiplostim bij patiënten met Immuun trombocytopenie (ITP)
Dit is een toevoeging op de Nplate®-bijsluiter voor patiënten.
Bedankt voor het bekijken van deze korte video van instructies voor het klaarmaken en toedienen van Nplate®.
Deze video is alleen geschikt als extra informatie in aanvulling op de bijsluiter en de stap-voor-stap instructies in de brochure ‘Nplate® Stappengids* voor bereiding en toediening van de injectie.
Alleen na een training van een ervaren zorgverlener en na uitgebreid bestuderen van de instructiematerialen kunt u Nplate® zelf bereiden en toedienen.
Neem altijd contact op met uw behandelend arts als u vragen heeft over de behandeling of het gebruik van Nplate®.
De Nplate® zelf-injectieset bevat een injectieflacon met het poeder, een doorzichtige plastic zuiger, een voorgevulde injectiespuit met steriel water, een wegwerpspuit van 1ml, een veiligheidsnaald en een flaconadapter en
alcoholdoekjes.
Houd de voorgeschreven dosering bij de hand. Was uw handen goed met zeep en water en droog ze af met een schone handdoek. Pak een alcoholdoekje. Reinig de onderlegger met een alcoholdoekje.
Pak de injectieflacon. Verwijder de gekleurde plastic dop van de injectieflacon. Gebruik een nieuw alcoholdoekje om de stop van de injectieflacon te reinigen.
Pak de flaconadapter. Trek de papieren achterkant langzaam van de flaconadapter en laat de flaconadapter in de plastic verpakking zitten. Plaats de aanpriknaald van de flaconadapter boven het midden van de stop op de flacon. Duw de
flaconadapter omlaag door de stop van de injectieflacon tot hij stevig op zijn plaats zit.
Pak de doorzichtige plastic zuiger en de voorgevulde injectiespuit met steriel water. Draai de doorzichtige plastic zuiger op de injectiespuit tot u enige weerstand voelt.
Buig de punt van de witte plastic afdekdop naar beneden om de verzegeling te verbreken. Draai de voorgevulde injectiespuit op de flaconadapter totdat u enige weerstand voelt. Spuit langzaam het water in de flacon.
Houd daarbij het gedeelte waar de injectieflacon en de flaconadapter op elkaar aansluiten tussen uw vingers vast.
Draai de injectieflacon door voorzichtig uw pols te bewegen, tot alle poeder is opgelost. U mag de injectieflacon niet schudden.
Als de vloeistof in de flacon helder en kleurloos is, is al het poeder opgelost. Dit kan tot twee minuten duren.
Draai de lege spuit los van de flaconadapter. Open de verpakking van de injectienaald, haal hem er nog niet uit.
Neem de 1ml spuit uit de verpakking en trek de zuiger terug tot het markeerstreepje van 1ml om lucht op te zuigen. Schroef de 1ml spuit op de flaconadapter tot u enige weerstand voelt.
Duw alle lucht in de injectieflacon.
Houd de zuiger omlaag gedrukt. Draai de combinatie ondersteboven, zodat de injectieflacon zich recht boven de spuit bevindt. Trek alle vloeistof op in de spuit. Afhankelijk van uw dosering kan dit 0,5ml of 1ml zijn.
Controleer op luchtbellen in de spuit en verwijder deze allemaal door zachtjes met uw vingers tegen de spuit te tikken om de luchtbellen los te maken van de vloeistof. En de zuiger langzaam omhoog te duwen om de luchtbellen uit de spuit
te verwijderen.
Controleer de dosering voordat u verder gaat met de volgende stap.
Doseer de voorgeschreven hoeveelheid en blijf nauwkeurig. Duw daarvoor de zuiger langzaam terug tot de bovenkant van de kop van de zuiger bij het markeerstreepje op de spuit staat. Draai de spuit los van de flaconadapter. Hou de gevulde
spuit rechtop in uw hand en raak de punten van de spuit niet aan. Leg de spuit niet neer. Haal met uw andere hand de injectienaald uit de verpakking en schroef deze op de spuit, terwijl u stevig druk uitoefent, totdat de spuit
vergrendeld is.
Kies een geschikte injectieplaats. Desinfecteer de huid. Wrijf daarvoor de plaats waar Nplate® geinjecteerd zal worden met een alcoholoekje schoon. Doe dit met een ronddraaiende beweging.
Trek de roze beschermdop naar achteren en verwijder de doorzichtige naalddop die eronder zit. Knijp voorzichtig met 1 hand het schoongemaakte deel van de huid samen en houd het stevig vast. Hou met de andere hand de spuit vast onder een
hoek van vijfenveertig graden ten opzichte van de huid. Duw met een korte, scherpe beweging de naald in de huid en injecteer de vloeistof. Als de spuit leeg is, trekt u de naald uit de huid onder dezelfde hoek als bij het inbrengen van
de naald.
Duw de roze beschermdop weer terug tot deze vastklikt op zijn plaats over de naald. Gooi de spuit met afgedekte naald en de flacon onmiddellijk weg in een naaldencontainer.
Zorg ervoor dat u nooit iets opnieuw gebruikt. Als u meer Nplate® nodig heeft om uw volledige dosis toe te dienen, neem dan een nieuwe set voor zelfinjectie. Doorloop met de nieuwe set voor zelftoediening alle stappen voor het bereiden
en toedienen van Nplate®.
Raadpleeg de patiëntenbijsluiter en uw arts voor meer informatie. Neem onmiddellijk contact op met uw arts als u bijwerkingen ervaart tijdens het gebruik van Nplate®.
Dit geneesmiddel moet in de koelkast bewaard worden. Het kan buiten de koelkast bewaard worden voor een periode van maximaal dertig dagen bij kamertemperatuur (tot 25°C) indien bewaard in de originele verpakking. Dit kan handig zijn
tijdens reizen of vakantie.
Bedankt voor het bekijken van deze video.
De video kunt u ook delen met uw patiënt. Op de bestelpagina vraagt u de kaart met QR code aan, die u aan uw patiënt kunt geven.
Voor dit geneesmiddel zijn risicominimalisatiematerialen beschikbaar. Deze materialen bevatten aanbevelingen om belangrijke risico’s van romiplostim te beperken of te voorkomen. U kunt de additionele risicominimalisatiematerialen inzien en downloaden via https://www.amgen.nl/over-amgen/geneesmiddelen. Een papieren versie kunt u aanvragen door een email te sturen naar educationalmaterials.nl@amgen.com.
Onderzoek naar zelftoediening middels inzet van additionele risico minimalisatie materialen vindt u ook online op PubMed.8
Toediening bij de patiënt thuis via AmgenCare hematology
AmgenCare hematology is een thuiszorgprogramma voor patiënten die behandeld worden met Nplate®. We streven er met AmgenCare naar uw patiënten zo goed mogelijk te ondersteunen in hun behandeling, met verschillende services zoals thuislevering van de medicatie en een injectie-instructie bij de patiënt thuis door gespecialiseerde verpleegkundigen.
U kunt ook uw patiënten (digitaal) aanmelden voor AmgenCare hematology.
Voor meer informatie over digitaal aanmelden en voorschrijven gaat u naar het menu AmgenCare.
U kunt ook uw patiënten (digitaal) aanmelden voor AmgenCare hematology.
Voor meer informatie over digitaal aanmelden en voorschrijven gaat u naar het menu AmgenCare.
Impact op het leven van de patiënt en zijn/haar omgeving
ITP is niet altijd een zichtbare ziekte, maar kan een grote invloed op het dagelijks leven van patiënten en hun familie en vrienden hebben.9 De ziekte kan leiden tot fysieke klachten zoals blauwe plekken, neusbloedingen en hevige menstruaties, maar ook tot psychologische en sociale problemen zoals vermoeidheid en angst.
Daarom heeft Amgen in samenwerking met de ITP patiëntenvereniging en een hematoloog een boekje ontwikkeld, wat patiënten kan helpen om hun ziekte uit te leggen aan hun naasten.
Het boekje kunt u aanvragen op de materialen service pagina.
Hier vindt u ook andere ondersteunende materialen voor u en uw patiënt.
Hier vindt u ook andere ondersteunende materialen voor u en uw patiënt.
-
Voetnoten en referenties
# stabiel trombocytenaantal = tenminste 4 weken stabiel en boven ≥ 50 x 109/l, zonder aanpassing van de dosering. TPO-RA = Trombopoiëtine receptoragonist. ITP = Immuun Trombocytopenie.- Richtlijn behandeling ITP 2020, NVvH werkgroep ITP, geraadpleegd op 8 april 2025, via https://publicatie.hematologienederland.nl/richtlijnen/immuun-trombocytopenie-itp/
- Neunert C, et al. Blood Adv. 2019;3:3829-3866. link
- Provan D, et al. Blood Adv. 2019;3:3780-3817. link
- SmPC Nplate®. Amgen. Voor de meest recente versie zie www.ema.europa.eu.
- Kuter DJ, et al. Lancet. 2008;371:395-403. link
- Tarantino MD, et al. Lancet. 2016;388:45-54. link
- Kuter DJ, et al. Am J Hematol. 2020;95:643–651. link
- Schipperus M, et al. Drug Saf. 2019;42:77-83. link
- McMillan R, et al. Am J Hematol. 2008;83:150-154. link
NLD-531-0924-80002/April2025
Materialen nodig?